Naam, zetel en duur

Artikel 1.

1. De vereniging draagt de naam: Rasclub voor Zwitserse Witte Herders, verkorte naam: RZWH.

2. Zij heeft haar zetel…….; zij is aangegaan voor onbepaalde tijd.

Doel en middelen

Artikel 2.

1. De vereniging heeft ten doel:

a. de instandhouding en waar mogelijk verbetering van het Zwitserse Witte Herder ras;

b. de bevordering van de gezondheid en het welzijn van het Zwitserse Witte herder ras in het algemeen en het voorkomen en bestrijden van erfelijke gebreken;

c. de rastypische eigenschappen zoals beschreven in de Fédération Cynologique Internationale (FCI) rasstandaard in stand te houden en hierbij te waken voor overdrijving en met voortdurend oog voor welzijn en welbevinden van de hond;

d. met het oog op de instandhouding van het ras het fokbeleid erop te richten de genenpool te verbreden waarbij gezondheid, karakter en uiterlijk van het ras en van de individuele hond een even hoge prioriteit hebben;

e. het bevorderen van het contact tussen liefhebbers van de Zwitserse Witte herder;

f. op te komen voor de belangen van het ras Zwitserse Witte Herder, van de individuele hond en van de leden van de vereniging, voor zover dit de belangen van de Zwitserse Witte Herder betreft, waar en wanneer dit nodig is.

2. Zij tracht dit doel te bereiken door:

a. het publiceren van een website;

b. het houden van vergaderingen en het organiseren van lezingen en cursussen;

c. het organiseren van exposities en andere evenementen;

d. het hebben van een verenigingsorgaan;

e. het geven van voorlichting over de aankoop, het houden, fokken en opvoeden van de Zwitserse Witte Herder, als ook het geven van voorlichting over het ras in zijn algemeenheid en de gezondheid in het bijzonder;

f. het bevorderen van contacten, casu quo de samenwerking tussen liefhebbers, fokkers en verenigingen van Zwitserse Witte Herders nationaal en internationaal;

g. het ontwikkelen van beleid ter bestrijding van erfelijke gebreken

h. het ontwikkelen en bijhouden van een database;

i. het bevorderen van de vorming en instandhouding van een goed keurmeesterscorps;

j. het deelnemen aan het overleg binnen de georganiseerde kynologie;

k. al hetgeen verder aan het doel dienstbaar kan zijn, een en ander voor zover daarbij niet wordt gehandeld in strijd met het kynologisch reglement.

Verhouding tot de vereniging Raad van Beheer op kynologisch gebied in Nederland (hierna te noemen de raad van beheer)

Artikel 3.

1. De vereniging ontleent haar rechten aan de statuten, huishoudelijk reglement en overige reglementen van de Raad van Beheer en verplicht zich zonder voorbehoud tot naleving van die statuten, reglementen en wettig genomen besluiten van de Raad van Beheer.

2. De vereniging aanvaardt zonder voorbehoud de rechtsmacht van de Geschillencommissie voor de Kynologie en het Tuchtcollege voor de Kynologie, zoals weergegeven in de statuten en het huishoudelijk reglement van de Raad van Beheer.

3. De leden van de vereniging zijn jegens de vereniging tot hetzelfde gehouden als waartoe de vereniging vanwege haar lidmaatschap jegens de Raad van Beheer zal zijn gehouden op grond van de statuten en de reglementen van de Raad van Beheer en de door de organen van de Raad van Beheer wettig genomen besluiten.

4. De vereniging is bevoegd tot het opleggen van de verplichtingen aan de leden jegens de Raad van Beheer, waarbij al hetgeen waartoe de vereniging jegens de Raad van Beheer is gehouden uit hoofde van het bepaalde in de statuten en reglementen van de Raad van Beheer ook geldt als verplichtingen die de leden van de vereniging rechtstreeks jegens de Raad van Beheer hebben in de zin van artikel 46, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. 

Verenigingsjaar

Artikel 4.

Het verenigingsjaar valt samen met het kalenderjaar.

Leden

Artikel 5.

1. De leden van de vereniging hebben alle rechten en plichten die de wet en deze statuten aan leden toekennen onderscheidenlijk opleggen.

2. Het lidmaatschap is persoonlijk en niet overdraagbaar.

Gewone Leden

Artikel 6.

1. De gewone leden van de vereniging worden onderscheiden in:

a. algemene leden, jeugdleden en gezinsleden;

b. ereleden;

2. Algemene leden zijn de natuurlijke personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt en als zodanig zijn toegelaten. Gezinsleden zijn zij die met een lid zijn getrouwd of daarmee duurzaam samenleven en die als zodanig zijn toegelaten.

3. Ereleden zijn natuurlijke personen die zich voor de vereniging en/of de Zwitserse Witte Herder buitengewoon verdienstelijk hebben gemaakt en om die reden als zodanig zijn benoemd.

Ereleden

Artikel 7.

1. Ereleden worden door de Algemene Vergadering op voorstel van het bestuur of op schriftelijk voorstel van ten minste tien stemgerechtigde leden benoemd met een meerderheid van tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen. Zij betalen geen contributie.

2. Indien een algemeen lid, gezinslid of jeugdlid tot erelid wordt benoemd, houdt hij met ingang van de dag volgende op de aanvaarding van zijn benoeming op algemeen lid, gezinslid of jeugdlid te zijn.

Gezinsleden

Artikel 8.

Een gezinslid wordt van rechtswege algemeen lid met ingang van het verenigingsjaar volgende op het jaar waarin zijn of haar partner ophoudt lid te zijn. Indien de relatie met deze partner wordt ontbonden, kan het bestuur al dan niet op verzoek het gezinslidmaatschap omzetten in een algemeen lidmaatschap. 

Jeugdleden

Artikel 9.

1. Jeugdleden kunnen slechts zijn zij die vóór één januari van het lopende kalenderjaar jonger zijn dan achttien jaar en die, op grond van een schriftelijke of langs elektronische weg bij het bestuur gedane aanmelding, tezamen met een schriftelijke toestemming van hun wettelijke vertegenwoordiger, als zodanig door het bestuur dan wel de algemene vergadering zijn toegelaten.

2. Jeugdleden zijn geen leden van de vereniging in de zin van de wettelijke bepalingen van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Jeugdleden hebben geen toegang tot en geen stemrecht in de algemene vergadering. 

3. Een jeugdlid wordt algemeen lid bij het begin van het nieuwe kalenderjaar waarin het de daartoe krachtens het vorige lid vereiste leeftijd van achttien jaar bereikt, zonder verdere formaliteiten.

Toelating van leden

Artikel 10.

1. Het bestuur beslist over de toelating van algemene leden, gezinsleden en jeugdleden nadat zij zich als zodanig schriftelijk hebben aangemeld. 

2. Om als lid te worden toegelaten dient de meerderheid van het bestuur de kandidatuur te steunen, en dienen aspirant leden zich te conformeren aan het ledenconvenant

3. Zij aan wie door de Raad van Discipline voor de Kynologie casu quo na één januari tweeduizend het Tuchtcollege voor de Kynologie bij onherroepelijke uitspraak een straf is opgelegd kunnen als lid worden geweigerd. 

4. Het bestuur kan het besluit omtrent de toelating ten hoogste twee maanden aanhouden, indien de aanmelding voor het lidmaatschap minder dan twee maanden voor het houden van een Algemene Vergadering wordt ontvangen.

5. Indien de toelating door het bestuur wordt geweigerd, staat daartegen binnen een maand na ontvangst van het bericht van weigering beroep op de Algemene Vergadering open. De Algemene Vergadering kan ook uit eigen beweging alsnog tot toelating besluiten. 

Aanvang van het lidmaatschap

Artikel 11.

1. Het lidmaatschap van algemene leden, gezins-en jeugdleden vangt aan met de dag volgende op hun toelating.

2. Het lidmaatschap van ereleden vangt aan met de dag volgende op de aanvaarding van hun benoeming.

Einde van het lidmaatschap

Artikel 12.

Het lidmaatschap eindigt:

a. door het overlijden van het lid;

b. door opzegging door het lid;

c. door opzegging door de vereniging;

d. door ontzetting.

Opzegging door het lid

Artikel 13.

1. Opzegging door het lid geschiedt schriftelijk aan het bestuur.

2. Het lidmaatschap eindigt, onverminderd het bepaalde in artikel 30, lid 4, met ingang van de dag die daarvoor bij de opzegging wordt vermeld, doch op zijn vroegst met ingang van de dag volgende op die, waarop de schriftelijke opzegging wordt ontvangen. Indien bij de opzegging geen tijdstip wordt vermeld, eindigt het lidmaatschap aan het einde van het verenigingsjaar waarin de opzegging plaatsvindt.

3. Indien het lidmaatschap niet is opgezegd voor één december van enig jaar is de contributie voor het volgend jaar te voldoen en wordt de opzegging beschouwd als voor het daarop volgend jaar.

Opzegging door de vereniging

Artikel 14.  

1. Opzegging door de vereniging is mogelijk indien:

a. het lid zijn verplichtingen tegenover de vereniging niet nakomt.

b. het lid in strijd handelt met het ledenconvenant.

c. aan het lid door de Raad van Discipline voor Kynologie casu quo na één januari tweeduizend het Tuchtcollege voor de Kynologie bij onherroepelijke uitspraak een straf van diskwalificatie van zijn persoon is opgelegd. 

d. om een andere reden van de vereniging redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.

2. De opzegging geschiedt door het bestuur.

3. In het geval, bedoeld in het eerste lid onder a., wordt niet tot opzegging overgegaan dan nadat het lid schriftelijk op zijn verzuim is gewezen en hij gedurende een maand in de gelegenheid is gesteld om alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen.

4. Het lid wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk en met opgave van redenen van het besluit tot opzegging in kennis gesteld. Daarbij wordt mededeling gedaan van de op grond van het vijfde lid bestaande beroepsmogelijkheid.

5. Tegen het besluit tot opzegging staat binnen een maand na ontvangst van de in het vorige lid bedoelde mededeling beroep op de Algemene Vergadering open. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst in de uitoefening van alle aan het lidmaatschap verbonden rechten en in de uitoefening van een eventueel door het lid beklede bestuursfunctie. Het geschorste lid heeft echter wel toegang tot de Algemene Vergadering waarin het beroep wordt behandeld, is bevoegd om bij de behandeling van het beroep aanwezig te zijn en daarover het woord te voeren, doch heeft geen stemrecht. 

6. Het lidmaatschap eindigt, onverminderd het bepaalde in artikel 30, lid 4, met ingang van de dag volgende op het verstrijken van de beroepstermijn of, indien beroep wordt ingesteld, onmiddellijk na het besluit tot verwerping van het beroep indien het lid aanwezig is in de vergadering waarin dit besluit wordt genomen, en anders met ingang van de dag volgende op die, waarop een schriftelijke mededeling van het besluit tot verwerping van het beroep is ontvangen.

7. Een schorsing eindigt tegelijk met het lidmaatschap of, indien de Algemene Vergadering het beroep gegrond verklaart, tegelijk met het besluit van de Algemene Vergadering.

Ontzetting

Artikel 15.

1. Ontzetting is slechts mogelijk indien

a. het lid handelt in strijd met de statuten, reglementen of daarop gebaseerde besluiten van de vereniging.

b. het lid de vereniging op onredelijke wijze benadeelt.

c. het lid in strijd handelt met het ledenconvenant

2. De ontzetting geschiedt door het bestuur

Overige sancties

Artikel 16.

1. Onverminderd het bepaalde in artikel 15 kan een lid door het bestuur voor de duur van maximaal één jaar worden geschorst, indien lid heeft gehandeld in strijd met de statuten, reglementen of daarop gebaseerde besluiten van de vereniging dan wel de vereniging op onredelijke wijze heeft benadeeld.

2. Artikel 14, lid 5 is van overeenkomstige toepassing.

Organen

Artikel 17.

De vereniging kent:

a. een bestuur;

b. een Algemene Vergadering;

c. een kascommissie.

Samenstelling bestuur

Artikel 18.

1. Het bestuur bestaat uit een oneven aantal van tenminste drie leden, die uit hun midden een voorzitter, secretaris en penningmeester aanwijzen. De bestuursleden worden door de Algemene Vergadering uit de algemene leden, de ereleden en de gezinsleden benoemd. De Algemene Vergadering kan echter bepalen, dat de voorzitter buiten de leden kan worden benoemd.

2. Degene aan wie door de Raad van Discipline voor de Kynologie casu quo na één januari tweeduizend het Tuchtcollege voor de Kynologie de straf van diskwalificatie van zijn persoon is opgelegd, is gedurende de duur van deze diskwalificatie niet tot lid van het bestuur benoembaar. De Algemene Vergadering kan echter bepalen, dat leden, die door voorgenoemd college zijn veroordeeld waarbij een andere straf is opgelegd dan diskwalificatie van zijn persoon, niet benoembaar zijn tot lid van het bestuur. Daarbij dient te worden aangegeven in welke gevallen, in casu bij welke opgelegde straffen alsmede welke verjaringstermijnen daarop van toepassing zijn, betrokkenen niet als bestuurslid kunnen worden benoemd.

3. De voorzitter, de secretaris en de penningmeester kunnen als zodanig in functie worden benoemd.

Voordrachten

Artikel 19.

1. De benoeming van bestuursleden geschiedt uit een of meer niet bindende voordrachten.

2. Tot het opmaken van een voordracht zijn zowel het bestuur als tien stemgerechtigde leden bevoegd.

3. Een voordracht van het bestuur wordt bij de oproeping voor de vergadering meegedeeld. Een voordracht van tien of meer stemgerechtigde leden moet tenminste één week voor de vergadering schriftelijk bij het bestuur worden ingediend.

Einde bestuurlidmaatschap

Artikel 20.

1. Het bestuurslidmaatschap eindigt

a. door het eindigen van het lidmaatschap van de vereniging;

b. door periodieke aftreding;

c. door bedanken;

d. door ontslag;

e. door oplegging van een straf door het Tuchtcollege voor de Kynologie.

2. Het bestuurslidmaatschap eindigt in het geval, bedoeld in het eerste lid onder b., aan het einde van de in artikel 21, eerste lid, bedoelde Algemene Vergadering. In het geval, bedoeld in het eerste lid onder c., eindigt het bestuurslidmaatschap op het door het bedankende bestuurslid genoemde tijdstip. In alle overige gevallen eindigt het met onmiddellijke ingang.

Periodieke aftreding

Artikel 21.

1. Ieder jaar treden op de jaarlijkse Algemene Vergadering een of twee bestuursleden af volgens een door het bestuur op te maken en zo nodig te wijzigen rooster.

2. Dit rooster wordt zodanig opgemaakt, dat:

a. ieder bestuurslid uiterlijk drie jaar na zijn benoeming aftreedt, waarbij onder een jaar wordt verstaan de periode tussen twee opeenvolgende jaarlijkse Algemene Vergaderingen;

b. de voorzitter, de secretaris en de penningmeester zo mogelijk in verschillende jaren, maar in ieder geval nimmer alle drie gelijktijdig aftreden;

c. zij die in een tussentijdse vacature zijn benoemd, zo mogelijk op het rooster de plaats van hun voorganger innemen.

3. Volgens rooster aftredende bestuursleden kunnen terstond worden herbenoemd.

Schorsing en ontslag

Artikel 22.

1. Elk bestuurslid kan te allen tijde door de Algemene Vergadering worden ontslagen of geschorst.

2. Elk bestuurslid kan door het bestuur bij unanieme stemmen uitgesproken, worden geschorst door de overige bestuursleden. Een dergelijke schorsing dient op de eerstvolgende Algemene Vergadering door een ontslag te worden bekrachtigd. 

3. Een schorsing die niet binnen drie maanden wordt gevolgd door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn. 

Vervulling tussentijdse vacatures

Artikel 23.

1. Indien in het bestuur één of meer vacatures zijn ontstaan, blijft het bestuur bevoegd.

2. Het bestuur is verplicht, de vervulling van de open plaats of de open plaatsen voor de eerstvolgende Algemene Vergadering te agenderen. Zodra echter het aantal zitting hebbende bestuursleden minder bedraagt dan het aantal vacatures, is het bestuur verplicht zo spoedig mogelijk een Algemene Vergadering ter voorziening in die vacatures te beleggen.

Bestuursfuncties

Artikel 24.

1. Het bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester aan, voorziet in de vervanging van de voorzitter, de secretaris en de penningmeester in geval van verhindering of ontstentenis en verdeelt ook overigens de werkzaamheden over zijn leden.

2. De functies van voorzitter, secretaris en penningmeester zijn onverenigbaar. 

3. Op vervanging in geval van verhindering of ontstentenis is het bepaalde in het tweede lid niet van toepassing.

Bestuurstaak en -bevoegdheden; verantwoordelijkheid van bestuurders

Artikel 25.

1. Behoudens de beperkingen van de statuten is het bestuur belast met het besturen van de vereniging. Het richt zich daarbij naar de aanwijzingen betreffende de algemene lijnen van het te volgen beleid, zoals die door de Algemene Vergadering in de begroting of op andere wijze worden gegeven. 

2. Het bestuur is, mits met voorafgaande goedkeuring van de Algemene Vergadering, bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaren van register goederen.

3. Ieder lid van het bestuur is tegenover de vereniging gehouden tot een behoorlijke vervulling van de hem opgedragen taak. Indien het een aangelegenheid betreft die tot de werkkring van twee of meer bestuurders behoort, is ieder van hen voor het geheel aansprakelijk ter zake van een tekortkoming, tenzij deze niet aan hem is te wijten en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden.

Besluitvorming bestuur

Artikel 26.

1. Alle besluiten worden door het bestuur genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bij staking van stemmen geeft de stem van de voorzitter de doorslag, tenzij het bestuur besluit de zaak tot de volgende vergadering aan te houden.

2. Om te kunnen besluiten moet tenminste de helft van het aantal bestuursleden, eventuele vacatures niet meegerekend, aanwezig zijn, tenzij het zaken betreft die geen uitstel gedogen.

3. In afwijking van hetgeen de wet daarover bepaalt, is het oordeel van de voorzitter omtrent de uitslag van een stemming en de inhoud van een genomen besluit niet beslissend.

Mandatering en delegatie van bestuurstaken en bevoegdheden

Artikel 27.

1. Het bestuur kan de uitvoering onderscheidenlijk uitoefening van bepaalde taken en bevoegdheden mandateren aan één of meer van zijn leden. Het bestuur kan daarbij met betrekking tot deze uitvoering en uitoefening richtlijnen en aanwijzingen geven. 

2. Het bestuur kan de uitvoering onderscheidenlijk uitoefening van bepaalde taken en bevoegdheden delegeren aan een door het bestuur ingestelde commissie. Het bestuur kan daarbij met betrekking tot deze uitvoering en uitoefening richtlijnen geven. 

3. De richtlijnen en aanwijzingen mogen niet in strijd zijn met de wet, met deze statuten of met een reglement als bedoeld in artikel 43

4. Bij mandatering aan één of meer bestuursleden wordt steeds in de eerstvolgende bestuursvergadering verslag uitgebracht van hetgeen is verricht.

Vertegenwoordiging

Artikel 28.

1. De bevoegdheid om de vereniging in en buiten rechte te vertegenwoordigen, komt toe aan:

a. het bestuur;

b. de voorzitter en de secretaris, gezamenlijk handelend;

c. de voorzitter en de penningmeester, gezamenlijk handelend;

d. de secretaris en de penningmeester, gezamenlijk handelend.

2. Bij verhindering of ontstentenis van een in het eerste lid genoemde functionaris kan deze ten behoeve van de daar bedoelde vertegenwoordiging niet vervangen worden door een op grond van artikel 24 aangewezen vervanger.

Geldmiddelen

Artikel 29.

De inkomsten van de vereniging bestaan uit:

a. contributies;

b. inschrijf- en entreegelden voor evenementen;

c. schenkingen, legaten en erfstellingen;

d. overige baten.

Contributie

Artikel 30.

1. De leden, met uitzondering van de ereleden, zijn aan de vereniging een jaarlijkse contributie verschuldigd, waarvan het bedrag door de Algemene Vergadering wordt vastgesteld.

2. Het bedrag van de contributie van de gezinsleden en jeugdleden wordt bepaald op een gedeelte van de contributie van algemene leden. Dit gedeelte kan voor elk van de genoemde categorieën verschillend zijn.

3. Eenmaal vastgestelde bedragen blijven van kracht totdat zij door de Algemene Vergadering worden gewijzigd. Een wijziging werkt ten hoogste terug tot de aanvang van het verenigingsjaar waarin zij wordt vastgesteld.

4. Wanneer het lidmaatschap van een lid in de loop van het verenigingsjaar eindigt, blijft desondanks de contributie over het gehele jaar verschuldigd.

5. Het bestuur kan in bijzondere gevallen, al dan niet voor een bepaalde termijn, gehele of gedeeltelijke vrijstelling van het betalen van contributie verlenen.

Begroting

Artikel 31.

1. Het bestuur legt jaarlijks aan de Algemene Vergadering een begroting van inkomsten en uitgaven ter vaststelling voor op een zodanig tijdstip, dat deze begroting behandeld kan worden voor de aanvang van het betreffende verenigingsjaar of uiterlijk op de in dat jaar te houden jaarlijkse Algemene Vergadering.

2. De ontwerpbegroting wordt aan de stemgerechtigde leden tenminste drie weken voor de Algemene Vergadering toegezonden.

3. Het bestuur is niet bevoegd tot het aangaan van verplichtingen als daardoor de begrotingspost ten laste waarvan de betreffende uitgaven moeten worden gebracht, met meer dan tien procent zou worden overschreven of het totale financiële resultaat van het betreffende verenigingsjaar daardoor ongunstiger zou worden dan in de begroting werd voorzien.

4. Indien evenwel de begroting niet wordt vastgesteld voor de aanvang van het betreffende verenigingsjaar, dan is het bestuur gedurende iedere maand die geheel of gedeeltelijk aan die vaststelling voorafgaat, bevoegd tot het aangaan van verplichtingen tot ten hoogste een/twaalfde gedeelte van de betreffende post van de ontwerpbegroting

Jaarverslag

Artikel 32.

1. Het bestuur brengt jaarlijks een schriftelijk jaarverslag uit over de gang van zaken in de vereniging en over het gevoerde beleid in het afgelopen verenigingsjaar. Dit verslag wordt uitgebracht op een zodanig tijdstip, dat het behandeld kan worden op de eerste jaarlijkse Algemene Vergadering na afloop van dat verenigingsjaar. 

2. Het jaarverslag wordt door alle leden van het bestuur ondertekend. Ontbreekt de ondertekening van een of meer hunner, dan wordt daarvan onder opgave van redenen melding gemaakt.

Boekhouding

Artikel 33.

1. Het bestuur houdt van de vermogenstoestand van de vereniging zodanige aantekeningen, dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.

2. Het bestuur bewaart de in het eerste lid bedoelde bescheiden gedurende tien jaren.

Rekening en verantwoording

Artikel 34.

1. Het bestuur maakt jaarlijks een balans en een staat van de baten en de lasten van de vereniging over het afgelopen verenigingsjaar op en legt deze met een toelichting ter goedkeuring aan de Algemene Vergadering over op een zodanig tijdstip, dat zij behandeld kunnen worden op de eerste jaarlijkse Algemene Vergadering na afloop van dat verenigingsjaar.

2. Goedkeuring van de balans en de staat van baten en lasten door de Algemene Vergadering strekt het bestuur tot decharge voor al hetgeen daaruit blijkt.

Kascommissie

Artikel 35.

1. De Algemene Vergadering benoemt jaarlijks uit de stemgerechtigde leden een kascommissie van tenminste twee leden. Tegelijkertijd worden zo mogelijk tenminste twee plaatsvervangende leden benoemd, die de leden bij ontstentenis vervangen. De leden en de plaatsvervangende leden mogen geen deel van het bestuur uitmaken. Aftredende leden kunnen terstond worden herbenoemd, tenzij zij reeds vier jaar zitting hebben.

2. De kascommissie onderzoekt de balans en de staat van baten en lasten en brengt aan de Algemene Vergadering schriftelijk of mondeling verslag van haar bevindingen uit. 

3. Het bestuur stelt de kascommissie in staat, haar onderzoek tijdig voor de jaarlijkse Algemene Vergadering te verrichten en is verplicht de commissie ten behoeve van haar onderzoek alle door haar gevraagde inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te tonen en inzage van de boeken en bescheiden van de vereniging te geven.

4. Indien het onderzoek bijzondere boekhoudkundige kennis vereist, dan kan de commissie zich op kosten van de vereniging door een deskundige doen bijstaan. 

5. De leden van de kascommissie kunnen te allen tijde door de Algemene Vergadering worden ontslagen, maar slechts tegelijk met de benoeming van andere leden.

De Algemene Vergadering

Artikel 36.

1. Aan de Algemene Vergadering komen in de vereniging alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of de statuten aan andere organen zijn opgedragen. 

2. Jaarlijks wordt zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval uiterlijk zes maanden na afloop van het voorafgaande verenigingsjaar, een Algemene Vergadering gehouden. In deze jaarlijkse Algemene Vergadering komen in ieder geval aan de orde:

a. het jaarverslag;

b. de balans en de staat van baten en lasten;

c. het verslag van de kascommissie;

d. de benoeming van een kascommissie voor het onderzoek van de balans en de staat van baten en lasten over het lopende verenigingsjaar; 

e. de begroting, tenzij deze al is vastgesteld. 

3. De Algemene Vergadering kan de in het tweede lid genoemde termijn verlengen. 

4. Andere Algemene Vergaderingen worden gehouden zo dikwijls het bestuur dat wenselijk vindt of tenminste tien stemgerechtigde leden dan wel, indien dat minder is, tenminste een tiende deel der stemgerechtigde leden dat verzoeken. Bij het verzoek worden de te behandelen onderwerpen, die op de agenda moeten worden vermeld, duidelijk aangegeven. 

5. Schriftelijke voorstellen aan de Algemene Vergadering van tenminste zoveel stemgerechtigde leden als in het vorige lid worden bedoeld, worden op de agenda van de eerstvolgende Algemene Vergadering vermeld indien zij tenminste zes weken voor die Algemene Vergadering bij het bestuur zijn ingediend. Zij worden met een preadvies van het bestuur tenminste drie weken voor de Algemene Vergadering aan de leden toegezonden, al dan niet door publicatie in het verenigingsorgaan. 

Bijeenroeping

Artikel 37.

1. De Algemene Vergaderingen worden bijeengeroepen door het bestuur. 

2. De leden worden, behoudens in het geval bedoeld in het vierde lid, tenminste drie weken tevoren opgeroepen door toezending van een agenda. 

3. De agenda vermeldt plaats, datum, en aanvangstijdstip van de vergadering, alsmede de te behandelen agendapunten.

4. Indien ingevolge artikel 36 lid vier, op verzoek van een aantal leden een Algemene Vergadering moet worden gehouden, is het bestuur verplicht die vergadering uit te schrijven binnen twee weken na ontvangst van het verzoek en op een termijn van niet langer dan zes weken na indiening van het verzoek. Indien hieraan geen gevolg wordt gegeven kunnen de verzoekers zelf tot bijeenroeping overgaan, hetzij overeenkomstig het tweede lid van dit artikel, hetzij door middel van een advertentie in tenminste één landelijk veel gelezen dagblad.

Toegang en stemrecht

Artikel 38.

1. Alle leden, met uitzondering van geschorste leden en jeugdleden, behoudens het bepaalde in artikel 14 lid drie, artikel 14 lid vijf en artikel 16, hebben toegang tot de  Algemene Vergadering en stemrecht. Geschorste leden en jeugdleden hebben echter geen stemrecht. Indien de voorzitter buiten de leden is benoemd, heeft deze wel toegang tot de Algemene Vergadering, maar geen stemrecht.

2. Over toelating van andere dan de in het eerste lid bedoelde personen beslist het bestuur.

3. Ieder stemgerechtigd lid kan ter vergadering het woord voeren, voorstellen doen en amendementen indienen, behoudens de beperkingen die bij huishoudelijk reglement aan de uitoefening van deze rechten worden gesteld.

Voorzitterschap en notulering

Artikel 39.

1. De Algemene Vergaderingen worden geleid door de voorzitter of zijn plaatsvervanger. Is de voorzitter afwezig en heeft het bestuur niet in zijn vervanging voorzien, dan voorziet de vergadering zelf in het voorzitterschap. 

2. Van het verhandelde in een Algemene Vergadering wordt door de secretaris of zijn plaatsvervanger beknopte notulen opgemaakt. Is de secretaris afwezig en heeft het bestuur niet in zijn vervanging voorzien, dan wijst de voorzitter een notulist aan. 

3. Bij toepassing van artikel 36 lid vier laatste volzin, kunnen de verzoekers anderen dan bestuursleden belasten met de leiding der vergadering en het opstellen der notulen. 

4. De ontwerp notulen worden, door publicatie in het verenigingsorgaan of op andere wijze, zo spoedig mogelijk ter kennis van de stemgerechtigde leden en de jeugdleden gebracht. Zij worden in de eerstvolgende Algemene Vergadering, eventueel gewijzigd, vastgesteld en door de voorzitter en de secretaris ondertekend. De eventueel door de Algemene Vergadering aangebrachte wijzigingen worden tevens opgenomen in de notulen van de vergadering waarin tot deze wijzigingen werd besloten. 

Besluitvorming

Artikel 40.

1. Voor zover de wet of de statuten niet anders bepalen, worden alle besluiten van de Algemene Vergaderingen genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. 

2. Blanco en ongeldige stemmen worden geacht niet te zijn uitgebracht, maar tellen wel mee voor het quorum. 

3. Alle stemmingen over de aanwijzing of benoeming van personen geschieden schriftelijk. Alle overige stemmingen geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of tenminste tien stemgerechtigde leden dat voor de stemming verlangen. Een schriftelijke stemming geschiedt met ondergetekende briefjes.

4. Indien niemand hoofdelijke stemming verlangt wordt het besluit bij acclamatie genomen. 

5. Indien mondelinge stemming moet plaatsvinden, dan kan de voorzitter besluiten tot stemming bij handopsteking, tenzij één der stemgerechtigde leden stemming bij hoofdelijke oproeping verlangt. Ook kan de voorzitter alsnog tot stemming bij hoofdelijke oproeping besluiten, indien hij bij de stemming bij handopsteken de uitslag der stemming niet kan vaststellen. 

6. Indien schriftelijke stemmingen over verschillende aanwijzingen, benoemingen of zaken moeten plaatsvinden, dan kunnen deze stemmingen gecombineerd worden mits de stembriefjes zodanig zijn ingericht, dat verwarring redelijkerwijs niet mogelijk is. Evenwel moeten afzonderlijke stemmingen worden gehouden indien tenminste tien stemgerechtigde leden dat verlangen. 

7. Indien de stemmen staken over een voorstel niet rakende de benoeming of aanwijzing van personen, dan is het voorstel verworpen.

Stemmingen over personen

Artikel 41.

1. Indien bij een aanwijzing of benoeming van een persoon niemand de volstrekte meerderheid heeft gekregen, dan heeft een tweede stemming plaats, tenzij tussen twee personen is gestemd.

2. Heeft dan wederom niemand de volstrekte meerderheid verkregen, dan vinden herstemmingen plaats totdat hetzij één persoon de volstrekte meerderheid heeft verkregen, hetzij tussen twee personen is gestemd en de stemmen staken. 

3. Bij de in het tweede lid bedoelde herstemmingen wordt telkens gestemd tussen de personen op wie bij de voorafgaande stemming kon worden gestemd, met uitzondering van de persoon op wie bij die voorafgaande stemming de minste stemmen zijn uitgebracht. Zijn bij die stemming de minste stemmen op meer dan één persoon uitgebracht, dan wordt door loting uitgemaakt op wie van die personen bij de volgende stemming geen stemmen meer kunnen worden uitgebracht.

4. Indien bij een stemming tussen twee personen de stemmen staken, dan beslist het lot wie van beiden is aangewezen of benoemd.

Vaststelling besluitvorming

Artikel 42.

1. Het in de Algemene Vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter over de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. 

2. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het in het eerste lid bedoelde oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, indien de meerderheid der vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigd lid dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming. 

Reglementen

Artikel 43

1. De Algemene Vergadering kan een huishoudelijk reglement en andere reglementen vaststellen, waarvan de bepalingen niet in strijd mogen zijn met en niet mogen afwijken van de wet, ook waar die geen dwingend recht bevat, of van deze statuten. 

2. Indien de reglementen van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland verlangen dat een huishoudelijk reglement of een ander reglement aan de goedkeuring van de Raad van Beheer wordt onderworpen, dan treedt het niet in werking alvorens die goedkeuring is verkregen. Hetzelfde geldt voor wijziging van dat reglement. 

3. De Algemene Vergadering kan een reglement te allen tijde wijzigen, mits aan de in statuten en huishoudelijk reglement gestelde eisen voor de besluitvorming en de voorbereiding daarvan is voldaan. Ook de Algemene Vergadering kan echter geen besluiten nemen in strijd met een reglement. 

Aansprakelijkheid

Artikel 44.

De vereniging is tegenover haar leden niet aansprakelijk voor enige schade, ontstaan tijdens vanwege de vereniging georganiseerde bijeenkomsten, cursussen of evenementen, van welke aard ook, en evenmin voor enige schade ten gevolge van door de vereniging verleende adviezen of door welke oorzaak dan ook. 

Statutenwijziging

Artikel 45.

1. Deze statuten kunnen, onverminderd het bepaalde in de volgende leden, slechts worden gewijzigd bij een met ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen genomen besluit van de ledenvergadering. 

2. Een afschrift van het voorstel tot statutenwijziging, waarin de voorgestelde wijziging woordelijk is opgenomen, wordt tenminste vijf dagen voor de vergadering door hen die de oproeping tot de vergadering hebben gedaan, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage gelegd tot na afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehouden. De leden worden van deze ter inzage legging op de hoogte gesteld. 

3. Voorts wordt het voorstel tot statutenwijziging hetzij tegelijk met de in artikel 37 bedoelde agenda aan alle leden toegezonden, al dan niet door publicatie in het verenigingsorgaan, hetzij toegezonden aan alle leden die daarom verzoeken. In het laatste geval worden de leden van de mogelijkheid daartoe in kennis gesteld. 

4. Amendementen op het voorstel tot statutenwijziging moeten uiterlijk één week voor de vergadering schriftelijk bij het bestuur worden ingediend. Indien het voorstel tot statutenwijziging aan alle leden is toegezonden, worden ook de ingediende amendementen zo spoedig mogelijk na het verstrijken van de indieningtermijn aan alle leden toegezonden. Indien het voorstel tot statutenwijziging alleen is toegezonden aan de leden die daarom hebben verzocht, dan worden ook de ingediende amendementen alleen aan deze leden toegezonden. 

5. Een wijziging van de statuten treedt niet in werking dan nadat deze door de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland is goedgekeurd en van de wijzigingen een notariële akte is opgemaakt.

Ontbinding

Artikel 46.

1. De vereniging kan slechts worden omgezet, gefuseerd of ontbonden door een met tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen genomen besluit van de Algemene Vergadering, waarin tenminste twee/derde van de stemgerechtigde leden aanwezig is. Indien niet twee/derde van de stemgerechtigde leden aanwezig is, dan wordt binnen zes weken een tweede Algemene Vergadering gehouden over het voorstel zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest. In die vergadering kan ongeacht het aantal aanwezige stemgerechtigde leden worden besloten, mits met een meerderheid van tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen. 

2. Tegelijk met een besluit tot ontbinding wijst de Algemene Vergadering een andere kynologische vereniging aan, waaraan een eventueel batig saldo na vereffening zal toevallen. Ook kan de Algemene Vergadering een of meer anderen dan het bestuur met vereffening belasten.

UITGESTELDE INWERKINGTREDING

Artikel 47.

Artikel 3 wordt pas van kracht na erkenning van Rasclub voor Zwitserse Witte Herders door de Raad van Beheer.

SLOTBEPALING

Artikel 48.

In deze statuten wordt met schriftelijk bedoeld elk door gebruikmaking van reguliere post en/of langs veilige elektronische weg toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht.