Bij verschillende hondenrassen is oogonderzoek een verplicht onderdeel voordat er met de hond mag worden gefokt. Bij de Zwitserse Witte Herder is dat niet het geval. Hoewel het (nog) niet erg vaak voorkomt, komen er toch verschillende oogafwijkingen voor in ons ras. Het is daarom raadzaam om uw hond te laten testen alvorens ermee te fokken, zeker als gebleken is dat er eerder in de lijn honden voorkomen met een erfelijke oogafwijking. De test is vrij eenvoudig en de hond hoeft hiervoor niet onder narcose.

  Opbouw van een oog

De hond wordt getest op de volgende erfelijke oogafwijkingen:

  • PPM = Membrana Pupillaris Persistens
  • PHTVL/PHPV = Persiserende Hyperplastische Tunica Vasculosa Lentis/Primair Vitreum
  • Cataract (congenitaal)
  • Cataract (niet congenitaal)
  • RD = Retina Dysplasie
  • Hypoplasie-/Micropapilla
  • CEA = Collie Eye Anomaly
  • Entropion/Trichiasis
  • Ectropion/Macroblepharon
  • Distichiasis/Ectopische Cilie
  • Cornea dystrophie
  • Lensluxatie (primair)
  • PRA = Retina degeneratie

Wat betekent de uitslag?

  • Vrij 
    De hond vertoont geen verschijnselen van de aangegeven, als erfelijk beschouwde oogziekte. Dit betekent niet dat de hond de afwijking niet kan doorgeven aan de nakomelingen. De hond kan immers drager zijn van de erfelijke ziekte. Ook is het niet uit te sluiten dat de hond de afwijking later zelf alsnog krijgt.
  • Voorlopig Niet Vrij 
    De hond heeft symptomen die behoren bij het ziektebeeld van PRA. Er worden dus afwijkingen gezien die passen in het klinisch beeld van deze, als erfelijk beschouwde, oogziekte. Voortschrijding (progressie) van het ziekteproces moet de diagnose bevestigen. Meestal wordt na een half jaar de hond opnieuw onderzocht.
  • Twijfelgeval (onbeslist) 
    Zeer geringe afwijkingen, die mogelijk passen bij het klinische beeld van de erfelijke oogziekte; deze zijn echter onvoldoende specifiek. Twijfelgeval betekent niet dat de onderzoeker het niet weet! Er zijn wel degelijk afwijkingen van het normale beeld bij de hond aanwezig, maar ze zijn niet duidelijk genoeg aanwezig om de hond "niet vrij" te verklaren.
  • Niet Vrij 
    De hond vertoont de klinische symptomen van de erfelijke oogziekte.


Pannus ofwel Uberreiter’s syndroom,  keratitis vasculosa et pigmentosa, of chronic superficial keratitis (CSK) - (Bron: Oogdierenarts Gerlinde Janssens)

laska brilEen andere oogafwijking die bij de Zwitserse Witte Herder voorkomt is Pannus. Pannus is een aandoening van het hoornvlies (cornea). Vooral bij Duitse Herders, Belgische Herders, verwante rassen en kruisingsproducten komt het voor. De letsels zijn beiderzijds, maar beide ogen zijn niet noodzakelijk aangetast. Het betreft een immuun-gemedieerde aandoening en UV licht zou een rol spelen bij het ontstaan van dit hoornvlies probleem. Ook het leven op grote hoogtes kan de aandoening duidelijk doen toenemen. Pannus kan niet definitief genezen worden, maar wel onder controle gehouden worden. De aandoening komt even vaak voor bij reuen als bij teven. De leeftijd waarop de aandoening tot uiting komt varieert van 3 tot 6 jaar en kan zelfs nog optreden na het 9ejaar. Honden die op grote hoogte leven of in gebieden met veel zonlicht wordt aangeraden een speciale bril te dragen om de ogen te beschermen tegen de UV stralen (zie foto).

Foto: Laska draagt een zonnebril ter bescherming tegen UV stralen - Pannus

 

In het verloop van de aandoening onderscheiden we 4 stadia: 

  • De pannus tenuis: er is een witte waas, vooral in het laterale deel van het hoornvlies (dit is het deel van het hoornvlies tegenovergesteld aan de neuskant). Deze witting is het gevolg van het infiltreren van cellen.  
  • Pannus vasculosus, er groeien ook bloedvaten in het hoornvlies. Ook een beetje pigment, donkerbruin tot zwart, migreert in het hoornvlies.   
  • Pannus en epaulette, wordt gekenmerkt door een verheven roos weefsel, (fibrovasculair weefsel) in het hoornvlies, vergezeld van pigment. 
  • Pannus siccus is het laatste stadium. Dan treedt er vooral littekenvorming op. Blindheid is mogelijk als veel pigment en littekenweefsel het hoornvlies volledig ondoorzichtig maken 

Na oogonderzoek door de dierenarts, die controleert of het hoornvlies niet positief kleurt na fluoresceïne, kan gestart worden met oogzalven of –druppels, die cortisone bevatten. Soms wordt er cortisone onder het slijmvlies van de oogbol gespoten. Bestraling en bevriezing zijn andere mogelijkheden. Als het hoornvlies compleet ondoorzichtig geworden is, dan helpt alleen nog het chirurgisch weghalen van het buitenste deel van het hoornvlies. Snel nadien moet echter weer opnieuw met een lokale behandeling begonnen worden.

PPM (Membrana Pupillaris Persistens)
PPM is een aangeboren afwijking waarbij restanten aanwezig zijn van weefsel dat normaal kort na de geboorte verdwijnt. De afwijking kan in zeer lichte mate voorkomen, zonder enig gevolg voor het gezichtsvermogen. In ernstiger gevallen zijn er wel nadelige gevolgen. Deze aandoening verslechtert niet; in feite is het vaak zo dat bij honden die als pup een milde vorm van PPM hadden, de PPM vermindert/verdwijnt, naarmate zij ouder worden. Bij een aantal rassen is het een bewezen erfelijke afwijking en kan het ook problemen voor het gezichtsvermogen geven. Er zijn verschillende verschijningsvormen van PPM. Zo kunnen 'draadjes' lopen van iris naar iris, van iris naar lens, van iris naar netvlies. Ook is het mogelijk dat het 'draadje' maar aan één kant vastzit. Deze verdwijnen over het algemeen naarmate de pup opgroeit. Het is daarom van belang om honden, die als pup niet geheel vrij zijn verklaard, voordat ze voor de fok worden ingezet na een jaar nogmaals te laten controleren.

PHTVL/PHPV (Persiserende Hyperplastische Tunica Vasculosa Lentis/Primair Vitreum)
PHTVL/PHPV is een, op zich, zeldzaam voorkomende, aangeboren oogafwijking. Als gevolg van een storing in de ontwikkeling blijven er restjes achter van het embryonale lensvaatnetje dat voor de geboorte de achterzijde van de lens van voedingsstoffen moest voorzien. Er blijven minieme restjes van het lensvaatnetje, ook na de geboorte zitten. Bij de ernstige vormen blijven er grotere delen achter en gaan zij tevens woekeren.  Bij de ernstige vorm van deze oogafwijking komt dit altijd in beide ogen voor. Er blijft een laagje gepigmenteerd, gewoekerd littekenweefsel met vaatresten tegen de achterkapsel van de lens zitten. Daarnaast kunnen de lenzen aan de achterzijde conisch (kegelvormig) zijn misvormd. Bij de ernstige vormen heeft het proces een slechte invloed op de lensinhoud, waardoor deze langzaam troebel wordt (cataract). Dit cataract kan reeds bij de geboorte aanwezig zijn, waardoor de pups direct al blind zijn. Het kan ook gedurende het leven langzaam in ernst toenemen. De weg van het licht naar het netvlies wordt daardoor steeds meer geblokkeerd, de hond kan steeds minder zien en wordt langzaam blind.

Cataract (niet congenitaal)
Cataract of ook wel genoemd staar is een troebeling van de lens van het oog, waardoor deze ondoorlaatbaar wordt voor licht. Het toont zich doordat de zwarte pupil in het centrum van de gekleurde iris geleidelijk grijzig en later wit wordt. In het begin ontstaat hierdoor het beeld als bij het kijken door matglas, bij verergering zal geleidelijk volledige blindheid ontstaan. 
Een enkele keer ontstaat staar al op jonge leeftijd, soms wordt het gezien als complicatie bij suikerziekte, maar in de meeste gevallen gaat het om honden met ouderdomsstaar. Bij honden zien we vanaf een leeftijd van 9 jaar dat de lens heel geleidelijk troebel wordt. Zeker in het begin heeft het dier daar nog geen last van. Pas na verloop van tijd kan merkbaar zijn dat de hond geleidelijk minder gaat zien. Volledige blindheid zien we vooral bij honden die 14 jaar of ouder zijn.

Cataract (congenitaal)
Dit is aangeboren grauwe staar. Reeds bij de jonge pup zijn troebelingen in de lens zichtbaar, die het gezichtsvermogen kunnen belemmeren. 
Net als bij mensen is ook bij honden een staar operatie mogelijk.  Bij het verloop bij oudere honden is dat meestal niet aan de orde. De mate waarin de hond door de kwaal wordt gehinderd, rechtvaardigt de operatie niet. Bij een jonge hond met staar ontstaat de blindheid vaak veel sneller, zodat het dier zich minder kan aanpassen. Bovendien is de last die het dier ervan ondervindt bij een jonge actieve hond veel groter. In dat geval kan een hond voor operatie verwezen worden naar een oogspecialist. Als bij controle blijkt dat het netvlies nog wel goed functioneert kan tot operatie worden besloten. Bij deze operatie wordt de ondoorzichtige lens verwijderd. Na een geslaagde operatie kan de hond weer zien, zij het met een minder scherp beeld.

RD (Retina Dysplasie) - (Bron: Dr. F.C. Stades, Dierenarts, specialist oogheelkunde)
Retina Dysplasie  is een aangeboren netvliesafwijking. Hierbij zijn er plooitjes in het netvlies. Het aantal kan beperkt zijn (focale vorm), maar ook meer uitgebreide vormen komen voor (geografische en totale vorm). In de laatste gevallen is er sprake van beperking van het gezichtsvermogen. De afwijking komt bij meerdere rassen voor. Daar er bij de lichtste vorm vooralsnog geen afwijkingen in het gezichtsvermogen zijn geconstateerd, worden in het algemeen geen fokbeperkingen geadviseerd, behalve bij rassen waarbij de ernstiger vormen ook bekend zijn. De gevallen worden echter altijd wel geregistreerd. Dieren met de midden-, of geografische vorm van RD en zeker die met de ernstige vorm kunnen beter van de fokkerij worden uitgesloten. Ook directe familieleden kunnen beter niet worden gebruikt.

Hypoplasie-/Micropapilla
Bij de micro- en de hypoplastische, niet functionele, papil is de kop van de oogzenuw onvoldoende ontwikkeld wat zich uit in een vermindering van het aantal zenuwvezeltjes en zenuwcellen. Het gezichtsvermogen van een oog met een hypoplastische papil is vrijwel nihil.

CEA (Collie Eye Anomaly)
Dit komt vooral bij de Schotse Herdershond en de Shetland Sheepdog voor. Het is een aangeboren afwijking waarbij het netvlies, het vaatvlies en de oogzenuw betrokken kan zijn. De ernst van de afwijking bepaalt de mate waarin het gezichtsvermogen is aangetast. Het is een aandoening met veel variatie in manifestatie en ernst van de kenmerken. De twee meest opvallende zijn spleetvorming in de optische schijf of een abnormale ontwikkeling van weefsellaag onder de retina.  CEA kan al op jonge leeftijd vastgesteld worden maar CEA verandert in de loop van het leven niet.

Entropion/Trichiasis
Entropion is het naar binnen krullen van de rand van het ooglid. Het kan hierbij gaan om het hele onderooglid of delen hiervan, alleen om de (binnen)ooghoek of om het bovenooglid. Iedere keer als de hond knippert, schuren de haren op de rand van het naar binnengekrulde ooglid over het hoornvlies. Dit veroorzaakt op den duur beschadigingen en ontstekingen. 
Als een hond heeft veel last heeft van entropion is dat te merken aan het heftige tranen van het oog, lichtschuwheid, het afscheiden van slijm en pus, veel knipperen en het toeknijpen van de oogleden. Uiteindelijk kan het hoornvlies helemaal ondoorzichtig worden. Ook kan er een zeer pijnlijke hoornvlieszweer ontstaan; het doorbreken hiervan leidt in de meeste gevallen tot blindheid of zelfs tot verlies van het oog. Bij voorkeur moet een hond aan entropion geopereerd worden als zijn hoofd volledig is uitgegroeid, maar bij pups moet soms eerder ingegrepen worden om vergaande beschadiging van het hoornvlies te voorkomen.

Ectropion/Macroblepharon
Dit is een afwijking waarbij een ooglid (meestal het onderooglid) naar buiten draait. Het komt bij veel rassen voor. Wanneer het ooglid langs de neuskant is omgekruld, spreken we van mediaal ectropion. De hond traant en knijpt de oogleden meer toe, maar daar het niet goed sluit kan het oog uitdrogen. De slijmvliezen zijn roder. Het hoornvlies kan ontstoken raken. Wanneer de aandoening een tijdje bestaat, dan kunnen er bloedvaten, witte plekken (oedeem), pigment en soms sekwestervorming aanwezig zijn in het hoornvlies. Bij een lichte graad van ectropion wordt vaak enkel wat beschermende oogzalf voorgeschreven. In erge gevallen wordt de hond geopereerd. Er wordt een stukje huid weggenomen dicht bij de ooglidrand zodat die niet meer omkrult. 

Distichiasis/Ectopische Cilie
Dit is abnormale haargroei in de ooglidrand en op andere plaatsen zoals in de bindvliezen. De haartjes kunnen door constante irritatie beschadigingen van het hoornvlies geven.

Distichiasis: enkele of vele haartjes op de vrije ooglidrand, ze komen door de openingen van de kliertjes van Meibomius heen, deze haartjes kunnen fijn en zacht zijn en veroorzaken dan geen irritatie; zijn de haartjes stug dan kan beschadiging van het hoornvlies optreden.

Ectopische Cilie: hierbij bevinden zich 1 of meer haartjes in een kliertje van Meibomius. Dit haar komt niet door de opening op de ooglidrand zelf naar buiten, maar wel door het slijmvlies van het ooglid heen waardoor dit haar het hoornvlies beschadigt. De ectopische cilie bevindt zich meestal in het midden van het bovenooglid.

Cornea Dystrophie
Bij deze aandoening wordt het hoornvlies (cornea) troebel door het ontstaan van neerslagen, meestal centraal op het hoornvlies. Er is dan in het midden een dof plekje zichtbaar. De hond heeft daar verder geen last. 

Lensluxatie (primair)
Dit is het loslaten van de lens. Komt vooral voor bij kleine Terriërs en treedt meestal op rond de 4 jarige leeftijd. Een lensloslating kan een drukverhoging (glaucoom) in het oog veroorzaken en zo tot blindheid leiden.

PRA (Retina degeneratie)
PRA is een groep van netvliesafwijkingen die bij veel rassen voorkomt en tot blindheid leidt. Het begint meestal met slecht zien in het donker (nachtblindheid) en leidt uiteindelijk na enkele jaren tot volledige blindheid. Er bestaat geen behandeling voor PRA. PRA ontwikkelt zich bij veel rassen pas na het derde of vierde levensjaar. Voor die tijd is er aan de hond niets te merken en bij het oogonderzoek ook niet te zien. Voor een aantal rassen bestaat er nu een DNA-test, waardoor bij pups al is vast te stellen of de hond genetisch vrij is of dat er een kans is op dragerschap of lijderschap.  De verwachting is dat deze ontwikkelingen de komende jaren zullen doorgaan.

laska oogGeraadpleegde artikelen en bronnen:
Raad van Beheer op Kynologisch Gebied
Veterinaire Specialisten Oisterwijk
Oogdierenarts Gerlinde Janssens
Veterinair Specialistisch Centrum De Wagenrenk

 

Foto: Laska

 

 

 

 

 

 

 

© RWZH - Artikel tot stand gekomen in samenwerking met Ruut Tilstra - 2012